Logo Universiteit Utrecht

Liternatuur

Artikelen

Ecologische motieven achter Van Eedens kolonie Walden

Ik zag een huttenkolonie in het Vierhoutensche bosch, en ik heb nu nog maar een ideaal, mijn leven door te brengen in zoo’n hut, in dat bosch,zo schrijft Frederik van Eeden op 5 juni 1897 in zijn dagboekEen jaar later sticht hij de kolonie Walden in Bussum. 

Door Corinne Hendriks

Leven in een hutje op de hei, dicht bij de natuur. Leven van die natuur, in je eigen levensbehoefte voorzien. Wanneer iemand vandaag de dag dit soort fantasieën heeft, is het heel goed mogelijk dat hij wordt gedreven door ecologische motieven. Misschien wil hij niet meer meedoen aan de verspilling, het te veel consumeren. Of misschien wil hij in de natuur leven om te ervaren wat zijn oorsprong is en zich verbonden voelen met alle levende wezens. Wat waren Van Eedens motieven? Wat was zijn antwoord op vragen die ook in onze tijd zeer actueel zijn, namelijk hoe we op een andere manier met elkaar en de aarde om kunnen gaan? Een manier die niet schadelijk is voor mens en milieu.  

Frederik van Eeden 

Frederik van Eeden (1860-19320, schrijver, psychiater en wereldverbeteraar, is vooral bekend door zijn werken De kleine Johannes (1887) en Van de koele meren des doods (1900). Ooit behoorde hij tot de Tachtigerseen vernieuwende beweging van schrijvers en kunstenaars in Nederland die zich afzette tegen de domineespoëzie van hun voorgangers en deels geïnspireerd was door dichters een paar generaties voor hen die behoorden tot de romantische stroming, zoals Shelley, Keats en WordsworthDaarnaast waren de Franse naturalisten een belangrijke inspirator. De Tachtigers zijn na een aantal jaren ieder hun eigen weg gegaan en Van Eeden begon zich te verdiepen in het spiritisme en het socialisme. Hij stond een betere wereld voor die vrij zou zijn van onrechtvaardigheid en uitbuiting. Inspiratie voor dit type denken vond hij onder andere bij de Amerikaanse schrijver Herny David Thoreau en zijn wereldberoemde werk Walden (1854). 

Henry David Thoreau 

Thoreau (1817-1862) bracht twee jaar, twee maanden en twee dagen door in een zelfgebouwde blokhut aan een meer in de bossen van Massachusetts en beschreef zijn ervaringen later in Walden. Hij leefde in die twee jaar uiterst sober. Hij verbouwde zelf groente, ruilde af en toe wat met de boeren in de omgeving, viste en deed wat daglonerswerk om te kunnen overleven. Alleen zo dacht hij verlost te kunnen raken van de noodzaak aan geld, de daarbij behorende uitbuiting door bazen en financiële verplichtingenWalden drukt Thoreau’s sterke overtuiging uit dat de mens niet meer nodig heeft dan een minimum aan voedsel en beschutting; luxe en geld zijn onzinnig, ballast. Zo eenvoudig leven in de natuur brengt vrijheid en geluk. 

Vandaag wordt Thoreau gezien als een voorloper van de milieubeweging. Hij was behalve schrijver een fervent natuuronderzoeker die geloofde dat vrije tijd, contemplatie en een harmonieuze beleving en samenleving met de natuur van essentieel belang zijn in een samenleving die al maar haastiger werd en snel urbaniseerde en industrialiseerde.  

Coöperatieve gemeenschap Walden 

Frederik van Eeden las Walden toen hij in de dertig was. Ook hij verlangde naar een eenvoudiger leven dichtbij de natuur, zoals het bovenstaande citaat uit zijn dagboek laat zien. Het leidde ertoe dat hij in 1898 de coöperatieve gemeenschap Walden stichtte in Bussum. Anders dan Thoreau wilde Van Eeden een gemeenschap vormen en geen kluizenaarsbestaan leiden. Van Eeden was van mening dat Thoreau in wezen goede ideeën had gehad wat betreft het zoveel mogelijk terugtrekken uit de bestaande economie door zelfvoorzienend te leven. Wat Thoreau daarin echter miste volgens Van Eeden was leiderschap: hij had de mensen moeten leiden om net zo te gaan leven als hij. Ook was Van Eeden ervan overtuigd dat Thoreau het maar twee jaar had volgehouden in zijn hut omdat hij alleen was geweest. Om vrij te kunnen zijn van de kapitalistische economie zou men in gemeenschappen moeten leven die gezamenlijk dit ideaal nastreven. Hier komt Van Eedens socialisme om de hoek kijken. 

Dat van Eeden zich bekeerde tot het socialisme, komt volgens Van Eeden zelf onder andere door het lezen van Walden, hoewel Thoreau geen socialist was. Toch zitten er wel ideeën in Walden die socialistische trekjes hebben. Thoreau brengt bijvoorbeeld de penibele situatie van de boeren onder de aandacht die hun leven lang werken om schulden af te lossen die ze vanaf hun geboorte al geërfd hebben. En hij waarschuwt voor de situatie van fabrieksarbeiders in de Verenigde Staten die met de dag meer op die van de Engelse gaat lijken. 

Thoreau had niet veel op met machines en industrie, maar Van Eeden was het daar niet mee eens. Hij zag een coöperatieve gemeenschap voor zich waarin machines gewoon gebruikt zouden worden. Het grote verschil met de kapitalistische economie waaruit Van Eeden zichzelf en de deelnemers aan zijn project wilde bevrijden, was dat op Walden het kapitaal en de grond in het bezit van de arbeiders zelf zouden zijn en niet van een werkgever die zichzelf ermee zou verrijken ten koste van anderen. 

Ecologische motieven? 

Het leek Van Eeden vooral te doen te zijn om socialistische motieven. Hij wilde uit een kapitalistisch systeem stappen dat uitbuiting en onrechtvaardigheid tot gevolg heeft en daar zijn eigen coöperatieve systeem tegenover zetten. Vrijheid en rechtvaardigheid lijken belangrijke waarden voor hem te zijn geweest. Overigens ook voor Thoreau. In zijn dagboeken rept Van Eeden niet van ecologische overwegingen. De natuur komt aan bod in beschrijvingen ervan en soms zegt hij het prettig te vinden om in zijn hutje op Walden te contempleren en te schrijven.  

Was Van Eeden dan niet begaan met de natuur? Hij is in ieder geval vegetariër geweest en ook op Walden at men vegetarisch. Vlees eten en de slachtindustrie vond hij immoreel. Hij wenste dus een vrije en rechtvaardige samenleving voor mens en dier, maar lijkt Walden toch in de eerste plaats gerealiseerd te hebben voor de mensen. Dat de aarde ervan profiteert als iedereen alleen het hoogstnodige gebruikt, is een prettige bijkomstigheid, maar zeker niet het hoofddoel geweest. Toch kunnen we wel iets leren van de ideeën van Henry Thoreau en Fredrik van Eeden als het gaat om de vraagstukken die er vandaag spelen over aarde en klimaat. Thoreau predikte honderdzeventig jaar geleden al een idee dat we vandaag de dag ‘consuminderen’ zouden noemen, al trok hij het tot in het extreme door. En Van Eeden heeft ons geleerd dat als we echt een verschil willen maken, we het samen moeten doen. 


Henry David Thoreau: Walden en De plicht tot burgerlijke ongehoorzaamheid. 1854. De Bezige Bij; 416 pagina’s; € 24,99.


… Van utoptie naar dystopie. Lees Dystopie in ‘Vis’: klimaatfictie op zee voor een duisterdere blik op de natuur in klimaatfictie


<< vorige | volgende >>