Logo Universiteit Utrecht

Liternatuur

Artikelen

Het einde en een nieuw begin in ‘Weerwater’

Een mysterieuze dichte mist omsluit Almere, geen mens of (ander) dier kan deze natuurlijke barrière passeren. Rampen volgen elkaar op. Tekort aan levensmiddelen, onverklaarbare weersomstandigheden, onveiligheid, onvruchtbaarheid… het einde dat de mensheid over zichzelf heeft afgeroepen is in zicht. Maar een klein groepje heeft tot dusver weten te overleven. Alles is vergaan, behalve Almere. Dystopischer kan niet, toch?  

Door Amber Dijksterhuis 

We bladeren vooruit naar het einde van Weerwater, een roman van Renate Dorrestein (1954). De inwoners van Almere hebben meerdere rampen doorstaan en nog maar een klein groepje is in leven. Na al het leed dat mensen elkaar hebben aangedaan, ontstaat een verzachting in de omgang met elkaar. Toch is de ik-verteller overtuigd van het feit dat de mensheid eens zal uitsterven: 

‘Ik probeer me voor te stellen wat er zal gebeuren als de vegetatie zich uiteindelijk onherroepelijk boven ons sluit en de natuur ons zal toedekken zoals een moeder haar kind. We zullen tot voedzame compost vergaan en de groei van nog meer groen bevorderen. We worden opgenomen in de kringloop der dingen, zodat er geen atoom van ons verloren zal gaan. Verdampend in de zon en opgaand in de regens zullen we deel uitmaken van het laatste leven hier op aarde. En na misschien wel tienduizenden eeuwen zonder menselijke inmenging zullen er weer vissen het land op kruipen en hun kieuwen voor longen inwisselen en alles zal, door ons gevoed, opnieuw beginnen.’ 

De mens zal weer een worden met de aarde en zal er vervolgens weer opnieuw uit voortkomen. In een volgende stap van de evolutie zullen nieuwe mensachtigen ontstaan, op dezelfde manier als in het verleden. De mens zal weer uit het water komen. Zo krijgt de mens een blijvende plaats in de kringloop van het leven toegeschreven. Maar heeft de mensheid niet zelf de aarde bevuild en zo het einde over zichzelf afgeroepen 

Massale jacht 

Vanuit ons perspectief gezien, is het ontstaan van andere mensachtigen misschien een utopisch toekomstbeeld. Zelfs als de mensheid volledig verdwenen is, zullen er andere wezens zijn die op ons lijken. Maar stel dat die mensachtigen niet beter met de aarde zullen omgaan? In Weerwater heeft de wereldbevolking niet op tijd actie ondernomen om klimaatverandering tegen te gaan. Alleen Almere is nog niet het slachtoffer geworden van de allesverwoestende mist. De Almeerders kunnen geen kant op. Als dat besef door begint te dringen, lijkt iedereen eerst vooral zichzelf te willen redden. Er ontstaat een massale jacht op levensmiddelen. Wie het eerste komt wie het eerste maalt. Zo lijkt de mens in essentie een wolf voor zijn medemens te zijn.  

Maar om de klimaatcrisis aan te kunnen pakken, hebben we elkaar nodig. Het is een probleem dat alleen gezamenlijk opgelost kan worden. Zijn er in Weerwater ook momenten waarop de mensheid zich van een betere kant laat zien? Momenten waarop de Almeerders een stap naar elkaar toe zetten en besluiten om samen aan een oplossing te werken? Kunnen we zo een lichtpuntje, iets utopisch, vinden in deze dystopische roman? 

Op het eerste gezicht lijken utopie en dystopie niet veel met elkaar te maken te hebben, afgezien van het feit dat ze elkaars antoniem vormen. Toch blijken de termen niet zo gescheiden van elkaar te zijn als je bestudeert hoe ze verschijnen en functioneren in verhalen en ons dagelijks leven. Denk eens aan de tuin van Eden in het Bijbelboek Genesis: de plaats waar Adam en Eva van paradijselijke omstandigheden mochten genieten én de plaats waar het egoïsme van de mens is geboren. Een slang, die deze utopie binnenkroop, lag op de loer en verleidde Eva tot het eten van de verboden vrucht. Je zou kunnen zeggen dat vanuit deze eerste zonde alle aspecten die wij nu dystopisch noemen zijn geboren. In de relatie die de mens met de natuur heeft, kunnen we ook een samenhang tussen utopie en dystopie ontdekken: de consumptiemaatschappij waar wij nu in leven wordt vaak ervaren als een utopiemaar de gevolgen van overmatige consumptie – zoals luchtvervuiling en uitbuiting van grondstoffen – zijn van zeer dystopische aard voor het milieu.  

Stukgeslagen rolluiken 

Hoe komen dystopie en utopie terug iWeerwater? In de roman is de dystopie overduidelijk aanwezig. Door de mist raakt Almere volledig geïsoleerd van de buitenwereld. Paniek breekt uit en in eerste instantie lijken mensen vooral zichzelf te willen redden. Het centrum van de stad verandert in een ‘oorlogsgebied’, overal worden ‘ruiten ingeslagen, deuren ingetrapt, rolluiken stukgeslagen. Er vinden strooptochten plaats, die ook de ik-verteller onderneemt om haar ‘voorraden’ op peil te houden. Het drinkwater raakt snel uitverkocht en mensen beginnen zelf natuurwater te filteren. Velen sterven aan uitdroging of buikloop. Het wordt alsmaar warmer en ongedierte vermenigvuldigt zich veelvoudig. En criminelen breken uit de gevangenis, waardoor de veiligheid op straat in het geding komt.  

Daarentegen komen er na deze periode van chaos meerdere pogingen vanuit het stadsbestuur om de orde te herstellen. Stadsschrijver Renate Dorrestein en ex-gevangenisdirecteur Jacob Kribbe introduceren het idee van Naaste Families. De bevolking wordt opgedeeld in verschillende groepen die moeten gaan functioneren als een familie. Dit is een poging om sociale cohesie te creëren onder de bevolking. En zo weten de inwoners in deze uitzichtloze situatie toch nieuwe vormen van samenleven te bedenken. Beslissingen worden per loterij genomen. En de bevolking wordt opgedeeld in groepen die verschillende taken hebben, zoals ingrediënten zoeken, koken en bouwen.  

Er zijn dus momenten waarop de Almeerders zich van een betere kant laten zien, maar de dystopie blijft over het algemeen overheersen. De middelen zijn schaars en ongelijkheid heerst onder de bevolking. In deze nieuwe samenleving bestaat nog steeds een elite die over meer levensmiddelen beschikt dan de rest van de bevolking. Als een echtpaar de verjaardag van hun zoon wil vieren door de rest van de bevolking op appelbeignets te trakteren – een ongewone luxe – stuiven de mensen als wilde beesten op het eten af – anderen vertrappend, duwend en slaand. Ook is er een schaarste aan mannen. De slechte leefomstandigheden lijken onvruchtbaarheid bij de vrouwen veroorzaakt te hebben, die zo’n sterke kinderwens krijgen dat de meesten van hen in meedogenloze mannenjagers veranderen. Het perspectief van de man raakt buiten zicht, en seks wordt nu enkel beschouwd als een sociale en maatschappelijke plicht.  

Mistig nieuw begin 

Fictie kan de lezer laten voelen hoe het is om onder bepaalde omstandigheden te leven. Een geschetste dystopische situatie kan een shockeffect teweegbrengen en zo zorgen voor gedragsverandering bij de lezer. Een shockeffect hoeft echter niet altijd tot nieuwe inzichten te leiden.  

De dystopie die in Weerwater wordt neergezet is extreem. Het kan goed zijn dat veel lezers de roman als een leuk gedachte-experiment zullen zien, maar niet als meer dan dat. Na het lezen van de laatste bladzijde kun je het boek snel dichtslaan en denken: ‘Hè, gelukkig is dit fictie.’ En ja, gelukkig íWeerwater fictie. In dit verhaal komt vooral het egoïsme van de mens naar voren. Er is wel een klein percentage dat fatsoenlijk gedrag vertoont – niet geheel toevallig de hoofdpersonages – maar de overgrote meerderheid blinkt niet uit in flexibiliteit, positiviteit en vindingrijkheid. Af en toe komen er wel utopische aspecten om de hoek kijken, maar die worden meteen vertrapt door de dystopische teneur. En toch, de roman weergeeft voortreffelijk de angst en paniek die je kunt ervaren als je aan klimaatverandering denkt.  

De klimaatcrisis kan ons een gevoel van machteloosheid bezorgen. We lopen tegen de grenzen van de taal op als we grip proberen te krijgen op dit probleem. Het lijkt ons als een dichte mistbank te omringen, eentje die ons steeds verder insluit. Het gedrag van de inwoners van Almere weergeeft goed ons eigen gedrag ten opzichte van klimaatverandering. Wij zitten gevangen, net zoals de inwoners van Almere, en in eerste instantie willen we zelf, als mensheid, graag overleven. Dat is onze utopie. Maar misschien is dat wel tegelijkertijd een dystopie als niet fundamenteel iets verandert in de manier waarop we met elkaar en de natuur omgaan. Het uitsterven van de mens, utopie of dystopie? Het ontstaan van nieuwe mensachtigen, utopie of dystopie? De twee termen vormen de twee zijden van dezelfde medaille. Het is net van welke kant je het bekijkt.  

Laten we teruggaan naar de besproken passage aan het begin. Na dit citaat is de ik-verteller namelijk nog niet uitgesproken. Ze concludeert dat in de toekomst nieuwe mensachtigen zullen ontstaan en die gedachte stemt haar rustig. In deze mensachtigen zullen wij voortleven en zal ons egoïsme niet meer aanwezig zijn. Alleen ‘een microscopisch maar onverwoestbaar kiempje van de onbaatzuchtigheid waartoe de mens óók in staat is’ zal voort blijven bestaanIn dat geval overleeft alleen het goede, het utopische.  

Deze uitspraak wordt echter meteen weer genuanceerd met de volgende woorden: ‘Maar is de hele geschiedenis niet altijd louter een herhaling van zetten? Op strijd volgt vrede. Op vrede volgt strijd. We heffen het hoofd, we krimpen ineen, we heffen het hoofd weer. We verliezen onophoudelijk de moed en hervinden die evenzeer.’ Het een is er niet zonder het ander. De strijd tegen klimaatverandering put ons uit, als we eraan denken verliezen we vaak de moed, maar dan heffen we ons hoofd weer.


Renate Dorrestein: Weerwater. 2015. Uitgeverij Podium; 301 pagina’s; €20,50. 


… Over een ander dystopisch verhaal lees je in Dystopie in ‘Vis’: klimaatfictie op zee


<< vorige | volgende >>